Zwemsdiploma ABC Survival eisen
Diploma-eisen Zwemdiploma ABC-survival
De leerlijn Zwemdiploma ABC-survival combineert op een unieke manier zwemplezier met zwemveiligheid en leert zwemmers zich te ontwikkelen van ‘beginnend’ zwemmer (A) naar ‘gevorderd’ zwemmer (B) tot ‘volleerd’ zwemmer (C).
Hiermee wordt een stevige basis gelegd voor zwemvaardigheid én zwemveiligheid.
Deze vaardigheden komen tot stand aan de hand van het opbouwend aanleren van de basistechnieken van de zwemslagen, start- en kopsprongen en watertrappen én aandacht voor zelfredzaamheid en behulpzaamheid.
Het uithoudingsvermogen wordt opgebouwd door afstanden uit te breiden en ook onderwateroriëntatie is een belangrijk onderdeel.
Kledingeisen
Bij de onderdelen ‘gekleed zwemmen’ mogen diverse soorten broeken, shirts en schoenen gedragen worden, als aan het volgende wordt voldaan:
-
- Korte mouwen van T-shirts reiken tot over de schouder, de lengte van het T-shirt reikt minimaal tot aan de taille.
- Lange mouwen van T-shirts, sweaters en jassen reiken tot aan de polsen, de lengte van het kledingstuk reikt minimaal tot aan de taille.
- Lange broeken reiken vanaf de taille tot aan de enkels.
- Schoenen dienen zowel aan de voor-, zij- en achterkant geheel gesloten te zijn en goed aan de voeten omsloten door middel van veters, klittenband, riem met gesp of elastiek. De zool moet stevig zijn. Het advies is om schoenen te dragen die normaal ook gedragen worden, zoals sneakers of sportschoenen. Waterschoenen mogen gebruikt worden.
- Sokken zijn niet verplicht maar wel aan te raden, zodat de schoenen in water beter aan de voeten blijven.
- Een jas mag zelf gekozen worden, het advies: een jas passende bij het seizoen of regenjas.
- Onder zwemkleding wordt ook verstaan een boerkini of sun block shirt, maar geen wetsuit of kleding met drijvende ondersteuning.
Geslaagd voor Zwemdiploma A – Survival: je mag jezelf een Geslaagd beginnend zwemmer noemen.
- Techniek: Je hebt laten zien dat je van de (erkende) zwemslagen, zoals schoolslag, enkelvoudige rugslag, borstcrawl en rugcrawl 2 slagen redelijk en 2 als beginner kunt toepassen over een bij dit diploma behorende afstand op een bij dit diploma passend niveau.
- Met kleding aan: Door met kleding te zwemmen heb je ervaren hoe het is om per ongeluk te water te raken. Je bent in staat tot watertrappen, kunt om je heen kijken, onder een object door zwemmen en zelfstandig uit het water klimmen.
- Te water gaan: In zwemkleding heb je laten zien dat je zowel de kopsprong als een rechtstandige sprong te water kunt gaan, waarbij je helemaal onder water gaat. Je bent ook in staat om te drijven.
- Onderwateroriëntatie: Je hebt laten zien dat je je onder water kunt oriënteren en veilig boven kunt komen, waarna je in staat bent om door te zwemmen.
- Uithoudingsvermogen: Je hebt laten zien dat je met extra kleding aan een afstand van 50 meter kunt zwemmen. In zwemkleding ben je in staat om 100 meter te zwemmen, afwisselend met een borstslag en een rugslag. Je hebt ook laten zien dat je 1 minuut lang kunt watertrappen.
- Zelfredzaamheid: Tijdens het survivalelement heb je laten zien dat je in het water kunt springen met het hoofd boven water, dat je op een ‘boot’ kunt klimmen en dat je weet wat je moet doen als je rugwaarts in het water valt. Je raat niet in paniek, zwemt zelfstandig naar de kant en klimt zelfstandig uit het water.
Geslaagd voor Zwemdiploma B – Survival: je mag jezelf een Geslaagd gevorderd zwemmer noemen.
- Techniek: Je hebt laten zien dat je basistechniek van de schoolslag, enkelvoudige rugslag, borstcrawl en rugcrawl 2 deels kunt toepassen. Je bent in staat om een afstand over 100 meter te zwemmen en zelfstandig uit het water te klimmen.
- Met kleding aan: Door met kleding te zwemmen heb je ervaren hoe het is om per ongeluk te water te raken. Je bent in staat om een afstand over 100 meter te zwemmen en zelfstandig uit het water te klimmen.
- Te water gaan: Je hebt ervaren hoe het is om met kleding in het water te vallen. In zwemkleding heb je laten zien dat je door middel van verschillende sprongen te water kunt gaan en helemaal onder water gaat.
- Onderwateroriëntatie: Je hebt laten zien dat je (ook met kleding aan) onder water kunt oriënteren en veilig boven kunt komen, waarna je in staat bent om door te zwemmen.
- Uithoudingsvermogen: Je hebt laten zien dat je met extra kleren aan een afstand van 100 meter kunt zwemmen. In zwemkleding ben je in staat om 200 meter te zwemmen, afwisselend met een borstslag en een rugslag. Je hebt ook laten zien dat je 1,5 minuut lang kunt watertrappen.
- Zelfredzaamheid: Tijdens het survivalelement (in zwemkleding) ben je van de ‘boot’ gevallen.
Geslaagd voor Zwemdiploma C – Survival: je mag jezelf een Geslaagd volleerd zwemmer noemen.
- Techniek: Je hebt laten zien dat je basistechniek van de schoolslag, enkelvoudige rugslag, borstcrawl en rugcrawl goed kunt toepassen. Je bent in staat verschillende manieren te water te gaan, je kunt drijven en je beheerst 3 manieren van watertrappen.
- Met kleding aan: Door met kleding te zwemmen heb je ervaren hoe het is om per ongeluk te water te raken. Je bent in staat om een afstand over 175 meter te zwemmen en vaardig om ondertussen je jas uit te trekken en andere handelingen te verrichten.
- Te water gaan: Je hebt laten zien dat je met je dagelijkse kleding aan (inclusief jas) in staat bent om op diverse manieren te water te gaan en uit het water te komen, bijvoorbeeld bij ‘oevers die afbrokkelen’.
- Onderwateroriëntatie: Je hebt laten zien dat je (ook met kleding aan) onder water kunt oriënteren en veilig boven kunt komen, waarna je in staat bent om door te zwemmen.
- Uithoudingsvermogen: Je hebt laten zien dat je met extra kleren aan een afstand van 175 meter kunt zwemmen. In zwemkleding ben je in staat om 25 meter op tempo te zwemmen en een afstand van 100 meter, uitgevoerd in 4 verschillende zwemslagen. Je kunt 1,5 minuut lang watertrappen op 3 verschillende manieren.
- Zelfredzaamheid: Tijdens het survivalelement (in dagelijkse kleding) ben je van de ‘boot’ gevallen. En heb je de rol van ‘drenkeling/redder ervaren. Je weet nu hoe je in onverwachte situaties kunt handelen.
Informatie
……………………………………………………………………
inloggen ouders:
……………………………………………………………………
nieuws
……………………………………………………………………
contact
……………………………………………………………………
social media
……………………………………………………………………

