Zwemstarter 1, 2 en 3
Zwemstarter 1, 2 en 3
De kinderen die bij Barbara leren zwemmen doen dit stapsgewijs d.m.v. van een verkeerslichtmethode.
Omdat de aanloop naar het Zwemdiploma A -Survival (landelijk) gemiddeld 1,5 jaar duurt, volgen de kinderen de diplomalijn Zwemstarter (1 – rood, 2– oranje en 3 – groen).
Met deze leerlijn leren ze de basis van het bewegen in diep water: drijven, te water gaan, onder water oriëntatie, zelfredzaamheid, de enkelvoudige rugslag, de schoolslag, de rugcrawl en de borstcrawl.
Deze leerlijn is een goede voorbereiding op het Zwemdiploma ABC – Survival.
Diploma-eisen ZWEMSTARTER
Met deze leerlijn leren jonge zwemmers de basis van zwemmen/bewegen in water. Met toevoeging van bij de leeftijd passende survivalelementen, is de leerlijn zo opgebouwd dat vanuit het kindperspectief gewerkt wordt ter voorbereiding op de het Zwemdiploma ABC-survival.
Geslaagd voor Zwemstarter 1: Je mag jezelf een Beginnend Zwemstarter noemen.
- Met kleding aan:
Je hebt laten zien dat je met een T-Shirt over je zwemkleding de gevraagde vaardigheden in het water kan uitvoeren. - Drijven: Je hebt laten zien dat je dynamisch kunt drijven: 3 seconden op je buik met je gezicht in het water en 3 seconden op je rug.
- Te water gaan:
Je heb laten zien dat je met een sprong naar keuze te water kunt gaan, waarbij je helemaal onder water gaat. - Onderwateroriëntatie:
Je hebt laten zien dat je onder water iets kunt pakken of aanraken, waarbij je helemaal onder water gaat. Je kunt weer veilig boven komen, waarna je in staat bent om naar de kant te zwemmen. - Zelfredzaamheid:
Tijdens het survival element heb je laten zien dat je staande op de kant een ‘drenkeling’ kunt aanroepen, dat je een hulpmiddel kunt aanrijken en daarmee de ‘drenkeling’ naar de kant kunt trekken.
Geslaagd voor Zwemstarter 2: Je mag jezelf een Gevorderde Zwemstarter noemen.
- Met kleding aan:
Je hebt laten zien dat je met een T-Shirt over je zwemkleding de gevraagde vaardigheden in het water kan uitvoeren. - Drijven: Je hebt laten zien dat je dynamisch kunt drijven: 3 seconden op je rug met een draai om de lengte-as nog 3 seconden op je buik.
- Te water gaan:
Je heb laten zien dat je met een sprong naar keuze te water kunt gaan en ook al met een beginnende kopsprong. - Onderwateroriëntatie:
Je hebt laten zien dat je onder water iets kunt pakken of aanraken, waarbij je helemaal onder water gaat. Je kunt weer veilig boven komen, waarna je in staat bent om 5 meter door te zwemmen. - Techniek:
Je bent in staat om na een sprong te water veilig boven te komen en 5 meter te zwemmen met een beginnende rugslag, zoals de enkelvoudige rugslag, waarna je zelfstandig uit het water kunt klimmen. - Zelfredzaamheid:
Tijdens het survival element heb je laten zien dat je staande op de kant een ‘drenkeling’ kunt aanroepen, dat je een hulpmiddel kunt aanrijken en daarmee de ‘drenkeling’ naar de kant kunt laten zwemmen, waarna je hem/haar helpt.
Geslaagd voor Zwemstarter 3: Je mag jezelf een Zwemstarter noemen.
- Met kleding aan:
Je hebt laten zien dat je met een T-Shirt en een korte broek over je zwemkleding de gevraagde vaardigheden in het water kan uitvoeren. - Te water gaan:
Je heb laten zien dat je met een sprong naar keuze, een beginnende kopsprong en een rol voorover of achterover over een mat te water kunt gaan. Je klimt zelfstandig uit het water (via een mat), zonder gebruik e maken van de trap. - Oriëntatie:
Je hebt laten zien dat je rechtop kunt watertrappen en een draai van 360 graden maakt, waarbij je om je heen kijkt. Je hebt laten zien dat je onder water iets kunt pakken of aanraken, waarbij je helemaal onder water gaat. - Techniek:
Je bent in staat om met een beginnende erkende borstslag (schoolslag) over een afstand van wel 10 meter te zwemmen. Je bent ook in staat om een beginnende, erkende rugslag (enkelvoudige rugslag) over een afstand van wel 15 meter te zwemmen. - Zelfredzaamheid:
Tijdens het survival element heb je laten zien dat je staande op de kant een ‘drenkeling’ kunt helpen door hulp van een volwassene in te roepen. Je kunt een hulpmiddel toewerpen en samen met de helper de ‘drenkeling’ naar de kant trekken, waarna je hem/ haar op de kant helpt.
Informatie
……………………………………………………………………
inloggen ouders:
……………………………………………………………………
nieuws
……………………………………………………………………
contact
……………………………………………………………………
social media
……………………………………………………………………


